Het Boek

Felix Kaplan werkt momenteel aan een boek over zijn visie op tennis. Hieronder enkele fragmenten.

Inleiding
Je begint tennis te spelen in een vlaag van fantasie. Je hoopt er mee je ziel de mogelijkheid te geven zichzelf te bevrijden van de alomtegenwoordige rationaliteit.

Het is het tennis waarin deze aanvankelijke fantasie zich verankert en waarin je ongebreideld optimisme een thuis vindt, alvorens te worden gevoegd bij de collectieve waan van hen die weten hoe het te spelen.

Wanneer je deze deinende fantasiewereld betreedt, begin je al snel te begrijpen dat je met deze irreële maar (dat geef je toe!) mogelijke wereld omgang zult hebben, en wel in de afzienbare toekomst. Via de goede diensten van je eigen lichaam leg je contact met een verkwikkend nieuw universum. Een tijdje later, als je het spel denkt te gaan beheersen, beweeg je weg van deze eenheid van lichaam en geest, en verdeel je jezelf in een rechter- en linkerhelft: forehand en backhand. Je verwerft een zeker vermogen jezelf van buitenaf te zien, een vermogen dat uiteraard beperkt blijft maar weldegelijk groeit. Deze omzetting begint met het accepteren van je fantasie en de wens om met behulp daarvan je eigen fysieke vaardigheden te verbeteren. Dit terwijl je in het dagelijks leven toch redelijk tevreden bent met je zelf.

Niettemin, na tijdelijk in de huid van een volledig ander wezen te zijn gekropen, na over een onzichtbare lijn een denkbeeldige wereld te zijn binnengestapt, probeer je terug te gaan naar je eigen zelf en treed je in plaats daarvan een nieuw lichaam en een ander bewustzijn binnen. Tot je verrassing blijken geen psychofarmaca, noch drugs, noch alcohol aan dit proces te pas zijn gekomen.

Je lichaam wordt een beetje meer van jezelf. Je begint alles scherper waar te nemen: je krijgt een hyperrealistische blik. Voor een moment wordt het je toegestaan in een geheimzinnige wereld te kijken en de boven-werkelijke essentie van het drama van je bestaan te bevatten. Door het spelen zelf wordt op magische wijze de onvermijdelijkheid van je toekomstige meesterschap ontbloot.

Tennis bevat een zeldzame mogelijkheid jezelf in een mystieke staat te brengen. Je slaat niet zonder meer de bal maar je doet dat door de je toegeëigende extensie van een van je ledematen te gebruiken.

Je breidt het vermogen van je brein uit om een object buiten je lichaamsgrenzen te beheersen. En het racket wordt onverwacht een orgaan dat wel lijkt te kunnen voelen. Het maakt deel uit van het uitgebreid geheel van pols, arm, schouder. Timing en ademhaling doen de rest. Je droomt met je ogen open.

Is het om ons uit te proberen?
Met tennis begin je altijd fout. Toch is het zinvol als beginneling vrijuit te spelen. Zinvol omdat de activiteit zelf, het ‘doen’, je ook inzicht verschaft in je eigen verleden, en wel zo dat je leert feiten en ideeën van dat verleden aan te wenden voor die nieuwe activiteit: het tennis.

Neem maar aan dat wat er met je gebeurt allesbehalve zinloos is. Soms worden op bijna magische wijze, zelfs voordat je beheersing van je nieuwe bewegingen bereikt, nieuwe betekenissen en hernieuwde ‘zin’ in je bestaan geïntroduceerd – ongemakken brengen de beginner voldoening en innerlijke volkomenheid,.

Dan openbaart zich een visie vanuit het lichaam zelf, en een innerlijke straal onthult lichamelijke holtes waarvan je het bestaan niet wist, het werkende volume van je lichaam vergrotend en verrijkend.

Een licht patina van herfstige droefheid en een bewuste ingetogenheid vergezellen deze straal en verstrekken het lichaam nieuwe sensaties. Je verdubbelt je wereld, want de nieuwe wereld van tennis wordt aan de jouwe toegevoegd. De wereld van tennis begint je te boetseren en je reageert onmiddellijk door die nieuwe wereld van tennis op jouw beurt vorm te geven. Het doet denken aan een onaf canvas, nog nat en ruikend naar onrustige verf. Deze nieuwe werkelijkheid waarin je angst en je ongeloof zijn overwonnen geeft de boodschap: heb plezier, wordt jonger, zie je toekomst rooskleuriger!

Je wordt zo verliefd op je betoverende spel dat je er de rem op moet zetten. Je begint jezelf heimelijk als groot speler te verbeelden, een ridder op een wit paard, drager van waarheid en waarachtigheid. Maar deze grens valt niet te slechten, over deze lijn kun je niet heenstappen. Nog een keer een nieuwe wereld in, een derde, dat gaat niet. Ga dus terug!

Comments are closed.